(Hoe zat het ook weer met) de roeping van Saulus?
Zuster en broeders,
Is het vreemd dat Ananias uit Damascus bedenkingen had om op zoek te gaan naar die Saulus? Het mocht dan een opdracht van de Heer zijn, de reputatie van Saulus als vervolger van de ‘heiligen in Jeruzalem’ was hem vooruitgesneld. Evenzeer was bekend met welk doel Saulus naar Damascus was gekomen: om de volgelingen van Jezus in de boeien te slaan. Ananias zou hem toch gaan zoeken, hem de handen opleggen en uiteindelijk dopen. En de schellen zouden Saulus van de ogen vallen; hij kon weer zien. Of misschien beter: nu zag hij pas.
Het verhaal van de bekering van Saulus is een bekend verhaal. En belangrijk. Saulus, die later (en in feite los van zijn bekering) de naam Paulus zou gaan gebruiken, wordt één van de belangrijkste pleitbezorgers van het Christendom. Zijn brieven vormden een groot gedeelte van het Nieuwe Testament. Misschien zou je daarom zelfs kunnen zeggen dat Paulus de grondlegger van de kerk is. Jezus bleef met Zijn leer eigenlijk binnen de joodse traditie; Paulus werkte de boodschap om tot een beweging die ook los van het Jodendom een eigen identiteit zou krijgen en daarmee een religie op zichzelf zou worden.
Maar het denken van Paulus wortelt wel nadrukkelijk in de Joodse achtergrond. Daarin was Paulus gepokt en gemazeld. Hij leefde de Joodse wetten ‘strikter na dan velen van zijn generatie’ schrijft hij in zijn brief aan de Galaten, en hij maakte zich sterk voor de tradities van het voorgeslacht. Hij was een Farizeeër die de religieuze plichten serieus nam en daar werk van maakte. In het navolgen van de wet, maar óók in het weerstaan van al wat daarmee strijdig was. Met woord en daad. Vast ging hij in discussie met andersdenkenden, maar hij schrok niet terug als er bloed vloeide. Zoals bij de lynchpartij van Stefanus, de eerste christenmartelaar. Saulus deed daar weliswaar niet actief aan mee, maar nam de mantels van de woedende menigte in bewaring (Hand 7:58); en keurde de moord goed. Stefanus had immers Mozes en God gelasterd. In de nasleep van dit geweld zouden veel volgelingen van Jezus Jeruzalem verlaten om elders een veilig heenkomen te zoeken, tot aan Damascus toe. Maar veilig was betrekkelijk. Want Saulus zou met zijn ijver ook naar Damascus gaan om de aanhangers van de Weg op te sporen en gevangen te nemen.
En dan gebeurt het: onderweg knalt een oogverblindend licht uit de hemel en een stem dreunt: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’ De stem van Jezus, die Saulus roept, en die een levensbepalende verandering teweeg brengt. Want van vervolger zal Saulus verdediger van het Christendom worden. En met dezelfde ijver als waarmee hij de wet van God hield, zal hij nu het evangelie van Christus gaan verkondigen.
Met dezelfde ijver, wellicht, maar niet met hetzelfde fanatisme. Want bij de bekering van Saulus is een knop omgezet. Wat veranderde er? Misschien wel vóóral de rol van het eigen gelijk. En de angst om die te kunnen verliezen. De kramp om vast te houden wat je hebt, en je af te sluiten voor wat je mag krijgen. Uiteindelijk de eenzaamheid om het allemaal zelf te moeten doen. Om ineens de ruimte te krijgen dat je het ontvangen mag. Wat er veranderde? De basis van het leven. De blik waarmee je alles bekijkt. En daarmee veranderde alles.
Nou ja, alles?! Veel veranderde er ook niet. Saulus blijft een geletterde, ontwikkelde man. Die net zo thuis was in het joodse denken als in de griekse filosofie en poëzie. Hij kwam uit Tarsus, in de oksel van waar Turkije en Syrië zo’n beetje raken. Een welvarende en cultureel belangrijke stad waar het Griekse denken hoogtij vierde. Saulus had een Joodse, Farizese afkomst, maar was goed op de hoogte van de Griekse cultuur om zich heen. Op enig moment was hij naar Jeruzalem gegaan, om verder opgeleid te worden door de beroemde rabbi Gamaliel. En als jongeman, dacht Saulus het allemaal wel te weten.
Wie het denkt allemaal wel te weten, kan in andersdenkenden alleen maar tegenstrevers of tegenstanders zien. Want als jij het allemaal wel weet, dan kan een andersdenkende alleen maar dwalen. En als dat dan over Mozes en God gaat, dan is een andere opvatting al snel godslasterlijk. En om dat de kop in te drukken is alles geoorloofd. Precies dáárom werd die Stefanus gestenigd: hij had Mozes en God gelasterd; en wel in die volgorde. Mozes, de grondlegger van de joodse traditie. En dan pas God, die door de filter van die traditie wordt bezien. Is de godsdienst belangrijker dan God-zelf?
Op die manier spreekt Saulus over de Joodse levenswijze en Joodse wetten. Als Farizeeër wordt zijn denken beheerst door het eigen gelijk van de traditie. De regels en geboden zoals die door de religieuze traditie zijn voorgeschreven, bepalen wat waar is. En bepalen wie je bent, bepalen de identiteit van Saulus. Wie daar aankomt, raakt aan het heilige en verdient de ergste straf. Maar raakt ook aan het diepste zelf van Saulus, die zichzelf dreigt te verliezen als een ander gelijk zou hebben. Is dat niet wat fanatici drijft? Ze zijn bang; ook om zichzelf te verliezen als ze ongelijk zouden blijken te hebben.
Saulus zal zich niet verliezen, maar vinden, door er anders tegen aan te kunnen gaan kijken. Dat gebeurt bij zijn roeping. Want dáár breekt het besef door dat het niet de eigen verdienste is die zalig maakt, maar de aanvaarding door God. Dat zal Paulus terug gaan zien in Christus, die niet Zijn eigen gelijk onderstreept door zo’n geweldig succesnummer te zijn. Maar die trouw blijft aan Zijn boodschap en idealen, óók als Hem dat het leven zal kosten. Paulus realiseert zich dat die dood het einde niet is, en dat je dáár dus ook niet bang meer voor hoeft te zijn. Dan is ook de angst om ongelijk te hebben, om je gekoesterde identiteit te verliezen, niet meer nodig. Dan hoef je het leven niet meer te vuur en te zwaard te verdedigen, want mag je het als geschenk aanvaarden. Je hoeft het niet meer alleen te doen, mag je overgeven en mag je gedragen weten.
Als een donderslag bij heldere hemel werd hem dat ineens duidelijk. En dat ene inzicht verandert zijn hele leven. Eindelijk krijgt hij rust van de noodzaak om zijn eigen leven te bewijzen. En ineens ziet de hele wereld er totaal anders uit. Ziet hij niet meer zoals het was, en wordt hij verblind van de overstelpende volheid van de liefde van God. Moet hij niet dáárvan bijkomen? Van dit nieuwe perspectief op het leven dat alles anders maakt?
Nou ja, alles anders maakt? De wereld blijft toch hetzelfde? Maar jíj bekijkt alles met andere ogen, alles krijgt een andere waarde. Wat een mislukking kan lijken, wordt het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis. Wie een religieuze looser was, blijkt de verheven Christus. Wat dood leek, verrijst in glorie, wie een vijand en een vervolger was, wordt een instrument in handen van God, een apostel die de blijde boodschap mag gaan verkondigen, stem én vorm gaat geven. Want zeker heeft Paulus dat gedaan: zijn stempel drukken op de ontwikkeling van het Christendom.
Zijn kwaliteiten neemt Paulus daarin mee. Zijn gedegen opleiding in zowel het joodse als griekse denken, maar ook zijn persoonlijkheid. En dat heeft nog vaker de wenkbrauwen doen fronsen, niet alleen bij Ananias. Want Paulus blijft het wel weten…, en deinst er niet voor terug om zichzelf op hetzelfde plan als de leerlingen van Jezus te plaatsen. Waar de apostelen jaren met Jezus waren opgetrokken en aan Zijn voeten hadden gezeten, was voor Paulus die ene ontmoeting voldoende… Nadrukkelijk schrijft hij in de Galatenbrief niet naar Jeruzalem te zijn gegaan. Maar naar Arabië te zijn gereisd, misschien naar de berg Horeb in de voetsporen van Elia. In ieder geval niet in de leer bij de apostelen.
Maar het verschil is dat hij niet meer zijn eigen gelijk voorop zet, maar zich heeft laten aanspreken door de liefde. De liefde die hem heeft bevestigd, maar ook de liefde van waaruit hij leven durft. Zo zal hij op zijn beurt van de liefde spreken, die de grootste is. En die nooit het eigen belang, maar dat van de ander voorop zet. Zijn kwaliteiten, en ook zijn eigenzinnigheid, blijven hetzelfde, maar niet langer gaat het om hemzelf. Gaat het om dankbaarheid, lofprijzing en aanzegging van deze bevrijdende vreugde. Tot eer van God en tot heil van de ander. En dat zal het fundament van de kerk gaan worden.
Amen
Deel deze preek
Handelingen 9: 1-19
Intussen bedreigde Saulus de leerlingen van de Heer nog steeds met de dood. Hij ging naar de hogepriester met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagogen in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jeruzalem. Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?’ Hij vroeg: ‘Wie bent U, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.’ De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand. Saulus kwam overeind, en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien. Zijn metgezellen pakten hem bij de hand en brachten hem naar Damascus. Drie dagen lang bleef hij blind en at en dronk hij niet.
In Damascus woonde een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!’ Hij antwoordde: ‘Ik luister, Heer.’ Daarop zei de Heer: ‘Ga naar de Rechte Straat en vraag daar in het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saulus heet. Hij is aan het bidden, en hij heeft in een visioen gezien hoe een man die Ananias heet, binnenkomt en hem de handen oplegt om hem weer te laten zien.’ Ananias antwoordde: ‘Heer, van veel kanten heb ik gehoord over deze man en over al het kwaad dat hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Bovendien heeft hij toestemming van de hogepriesters om hier iedereen die uw naam aanroept in de boeien te slaan.’ Maar de Heer zei: ‘Ga, want hij is het instrument dat Ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder de volken en hun heersers en onder de Israëlieten. Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van mijn naam.’ Ananias vertrok en ging naar het huis, waar hij Saulus de handen oplegde, terwijl hij zei: ‘Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.’ Meteen was het alsof er schellen van Saulus’ ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen, en nadat hij gegeten had, kwam hij weer op krachten.
Hij bleef enkele dagen bij de leerlingen in Damascus