Alle preken

Ik ben gekomen om het zwaard te brengen

Zusters en broeders, 

Vaak is gedacht dat religie zijn langste tijd zou hebben gehad en dat het allemaal vanzelf uit zou doven. Mogelijk dat er hier en daar kleine sektarische groepen over zouden blijven, die zich af zouden sluiten van de samenleving met haar moderne verworvenheden. Maar dat het geloof nog een factor zou zijn in de moderne cultuur werd door weinigen serieus genomen. Inmiddels is in ieder geval de wetenschap tot andere gedachten gekomen. Het geloof is namelijk niet uitgedoofd en heeft op verschillende manieren een hernieuwde vitaliteit getoond. Niet per se een plezierige. De aanslagen op de World Trade Torens werden met religieuze motieven gepleegd. Niet door achterlijke woestijnbewoners die de zegeningen van de moderne tijd niet op waarde wisten te schatten, maar door ontwikkelde moslims die zeer goed op de hoogte waren van een westerse seculiere manier van leven, en dat afwezen. Deze vorm van religie is een reactie op de moderniteit, niet een rem.

Misschien dat met die aanslagen de wereld wakker werd geschud dat godsdienst geen verwaarloosbare factor in de grote politiek was. De spanningen met fundamentalistische moslims die daarna met Saddam Hoessein en met Isis volgden, en die ook terreur in westerse landen zaaide, onderstreepten de rol van religie. Net zoals overigens de huidige oorlog in het Midden-Oosten en de terreur van Israël jegens de Palestijnen. Geen enkel politiek argument zou dit kunnen legitimeren, en bij ieder ander land zou de wereld verenigd in haar veroordeling zijn. Maar in dit geval worden religieuze sentimenten van stal gehaald en maakt de zogeheten landbelofte het mogelijk dat er straffeloos tien- en tienduizenden Gazanen worden afgeslacht, dat er een lafhartige oorlog in Iran wordt begonnen (op het moment dat onderhandelaars dichtbij een akkoord waren) en dat er invallen in Libanon zijn omdat het Noorden van Israël zou worden bedreigd door strijders van Hezbollah. En ‘Israël heeft toch recht van bestaan?’.

Maar het past toch goed met de lezing van vandaag: ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard’. En moeten we dat zwaard dan niet hanteren, juist als er dreiging is? Het geweld in het Midden-Oosten wordt geframed als zelfverdediging, en het leger dat zo ongenadig uithaalt noemt zichzelf een ‘defence force’. De islamitische wereld was altijd al vreemd, maar is zeker sinds 9/11 opnieuw de vijand geworden en een vijand moet worden bestreden. En dat is niet louter een politieke kwestie, het wordt een goddelijke opdracht als de religie erbij wordt gehaald. Als we dachten dat godsdienst pais en vree zou betekenen, dan hebben we het mis, want ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard’.

Is het dan vreemd dat een Amerikaanse minister van defensie zichzelf heeft omgedoopt tot minister van oorlog en dat hij oude kruisvaarders-slogans en -symbolen in zijn huid heeft laten kerven? Zoals deze tekst van Mattheüs 10: ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard’.

Maar wordt de godsdienst hier gediend, of gebruikt?Radicale, fundamentalistische religieuze groeperingen gebruiken godsdienstige taal, maar zelden om er naar te luisteren. Altijd om anderen ermee om de oren te slaan, of: het hoofd af. En dan is het handig om bepaalde teksten te isoleren. Los van het verband van de context, kunnen ze dan goed in het straatje te pas komen. Dan gebruik (mis-bruik) je teksten, van luisteren of dienen is dan geen sprake.

Dat is zeker ook bij deze tekst van Mattheüs het geval. Want Jezus zegt dat Hij gekomen is om het zwaard te brengen, maar daarmee bedoelt Hij zeker niet dat Hij gekomen is om het zwaard te hanteren. ‘Wie het zwaard opneemt zal door het zwaard vallen,’ zegt Hij verderop in het evangelie. Een ook deze tekst van Mattheüs blijkt niet om lijfsbehoud te gaan, als je even verder leest. ‘Wie zijn leven probeert te behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om willen van mij, die zal het behouden’. En dat gaat typisch niet om lijfsbehoud. Onder het woord ‘leven’ gaat hier het begrip psuche schuil: ziel. De levensadem die de dode materie tot leven wekt, en ook de zetel van gevoelens, verlangens, emoties, aversies. Misschien óók wel te vertalen met identiteit. En vooral dat lijkt in het spel te zijn wanneer mensen de godsdienst niet dienen, maar gebruiken. Het zelf-verstaan in termen van de godsdienst, in plaats van het horen naar Gods Stem. Dan wordt geloof een wapen, waarmee anderen buiten de deur en op afstand moeten worden gehouden. Dan is het wij tegen zijn. Dan staat het Christendom tegenover de Islam, en is het Jodendom heimelijk alleen een partner voorzover die de Islam óók als vijand ziet. Het is een geloof dat zich tooit met Christelijke slogans en symbolen, maar dat zich niet laat gezeggen. Een Christendom dat het zelf immers zo goed weet, dat het niet aan het wankelen wil worden gebracht. En dat alle tegenstand, vragen, twijfel, of aarzelingen te vuur en te zwaar zal bestrijden.

En dat kunnen we herkennen. Ook in de Nederlandse context, zeker de protestantse, hebben we vaak gemeend de waarheid in pacht te hebben. En daarmee: in bezit. Dat was vast niet altijd uit kwade bedoelingen, maar kon wel een verwoestende uitwerking hebben. Want het schreef alle andersdenkenden af. En dan kon je dus flink in conflict komen. Een conflict dat óók door de generaties heen kon gaan. Of misschien wel: juist door de generaties heen. Mattheüs spreekt over wiggen die in familieverhoudingen worden geslagen. En met name noemt hij spanningen tussen de generaties. Kennelijk gaat het dan ook over verwachtingen die ouders van hun kinderen kunnen hebben. Waar mogelijk druk uit wordt geoefend om aan die verwachtingen te voldoen; al was het maar om de lieve vrede te bewaren. Dat kan met van alles te maken hebben, maar ging niet zelden juist om het geloof. Ouders die met de beste bedoelingen verwachtingen van hun kinderen hadden, waar die niet zomaar aan wilden voldoen. Daar konden flinke ruzies van komen. Wat logisch is, want het ging om de diepste identiteit, om de ziel van wie we zijn.

Maar in de godsdienst is de ziel, de identiteit nu juist iets dat we krijgen; als levensadem in de neus. Wie ‘wij zijn’ krijgen we, in liefde en betrokkenheid, van de ander; van elkaar. Dat moeten niet te vuur en te zwaard op anderen bevechten, maar dat moeten we elkaar gunnen. Zonder aanziens des persoons; want allen ‘hebben we dezelfde Heer’.

Intern kan dat spanningen met de groepsdruk opleveren. Met verwachtingen die er bestaan, om de eigen groep te verdedigen tegen de anderen in. Niet zelden zijn die spanningen etnisch van aard. Hebben te maken met achtergrond, huidskleur, en afstamming. Dat stond óók ter discussie in de vroege kerk. Je identiteit werd in de eerste plaats bepaald door je afkomst, of je Jood was, of Griek, of Romein, of Pers. Dat speelde óók voor de volgelingen van Jezus. Met een volledige Joodse achtergrond was het de vraag of ook niet-joden mee mochten doen. Moesten ze eerst joods worden (waarbij de mannen moesten worden besneden), of mochten ze met hun eigen culturele achtergrond mee doen? Een vraag die minder ver van ons afstaat dan de tijd zou doen vermoeden. Want ook nu kan het de vraag zijn in hoeverre nieuwkomers eerst ‘Nederlander’ moeten worden, of met hun eigen culturele achtergrond mee mogen doen. Moeten ze pindakaas en hagelslag gaan eten, of mag dat couscous en humus blijven? Het Christendom heeft de lijn gekozen dat in Christus die afkomst niet uitmaakt. Want we hebben dezelfde Heer en ontlenen dááraan onze identiteit. In de aanvaarding door Christus mogen we tot onszelf komen. En dat is een geschenk, niet een verovering. Als dit spanning oplevert, dan komt dat omdat de boodschap van God niet de menselijke verwachtingen volgt, maar een boodschap bevat die we zelf niet zouden bedenken: dat we het leven onvoorwaardelijk mogen krijgen, en dus niet hoeven te bevechten op anderen. De tekst van Mattheüs is bedoeld als hart onder de riem om trouw te blijven aan die overtuiging, en om de integriteit te bewaren, ook als je door deze woede wordt bedreigd. Is daarmee bedoeld om niet het zwaard op te nemen, maar het kruis.

Strijdlustige Christenen zouden de Bijbel beter, en iets verder moeten lezen, dan losse teksten die ze op hun arm laten zetten. En zouden zich moeten realiseren dat het waarborgen van de eigen nationalistische identiteit met geweld wel het aller- en allerlaatste is wat Jezus ons heeft voorgehouden. Voor wie zelf het heft in handen wil handen, kan dat verstoring van de rust betekenen. Maar het doet de ziel leven.

Amen

28 juni 2026
Wouter Slob
Maranathakerk
Romeinen 10: 8-13 Mattheus 10: 34-42