Alle preken

Profetie: voorspelling of verwoording?

Zusters en broeders,

De lezing uit Jesaja van vanmorgen zal ongetwijfeld bekend in de oren hebben geklonken. Het is één van de standaard-lezingen die in de adventstijd van oudsher worden gelezen. De profeten kondigen immers de komst van de Messias aan? Zo schrijft Paulus het ook in de eerste zinnen van de brief aan de Romeinen: ‘al bij monde van zijn profeten is [het evangelie van God] in de heilige geschriften beloofd.’ Zo klinken dan die bekende woorden uit Jesaja, die we vooral ook kennen uit het evangelie van Mattheüs: ‘de maagd zal zwanger zijn en een kind baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven.’ Deze profetie staat op de roosters in de advent, zodat we het verhaal van kerst beter kunnen plaatsen.

Maar zo makkelijk is het niet.

Het begint er al mee dat Mattheüs van een maagd spreekt die zwanger is. Maar Jesaja heeft het over een jonge vrouw, en dat is niet zomaar hetzelfde. Het verschil heeft te maken met de vertaling van de Joodse geschriften, die de vroegste Christenen niet in het Hebreeuws, maar in het Grieks lazen. In de geschiedenis heeft de maagdelijke geboorte een enorme gewicht gekregen, die door Jesaja zeker niet was voorzien. Maar zou er dan iets niet in de haak kunnen zijn? Iets niet kunnen kloppen?

Wie wat verder doorvraagt, komt misschien op het punt hoe het eigenlijk zou kunnen dat Jesaja in de 8e eeuw vóór Christus weet had van de geboorte van Jezus. Natuurlijk, een profeet spreek de woorden van God, en God heeft voorkennis, zou het dan vreemd zijn dat de profeten een toekomstvoorspelling kunnen doen? Een toekomstvoorspelling waarbij zoals in een spoorboekje verschillende stations worden aangedaan, en de geboorte van Jezus al eeuwenlang werd voorzien? En in Jezus dus uitkwam. En de profeet dus gelijk had, en de Bijbel dus klopt?

Als profeten toekomstvoorspellers zijn, dan kunnen hun woorden ook worden getoetst en moeten ze dus uitkomen. Maar daar zit wel een punt. Want als de woorden van Jesaja in die zin toekomstvoorspellingen zijn, komen ze dan wel uit? De tekst spreekt over de heerschappij van Assur, maar rond de tijd van Jezus waren de Romeinen aan de macht en dat Jezus op een dieet van boter en honing was gezet staat nergens geschreven en is niet zomaar waarschijnlijk. Em dan misschien het meest in het oog springende: Jezus werd Jezus genoemd, en dus niet Immanuel. Niet alleen klinkt dat anders, ook betekent het iets anders. Immanuel betekent ‘God is met ons’ en Jezus ‘God redt’. Als de profetie van Jesaja een voorspelling was, dan komen zijn woorden niet uit. Dan is het dus onzin? Laten we het maar afschaffen.

Om verschillende redenen is het echter helemaal niet vanzelfsprekend om de profetieën als voorspellingen te zien. De Bijbel doet niet aan wichelarij, doet niet aan toekomstvoorspelling. De Bijbel spreekt uitgebreid van de belofte, en zeker is dat ook op de toekomst gericht. Maar het is niet een toekomst die als een spoorlijn is uitgestippeld en die volgens vaste wetmatigheid zich afwikkelt. In dat geval zou de geschiedenis geen ruimte bieden om verantwoordelijkheid te nemen of te krijgen. In dat geval zou God alles al hebben bedacht en is de schepping slechts het decor, en zijn mensen slechts figuranten, in het toneelstuk waarvan de afloop al vaststaat. In de geschiedenis van de theologie is er zeker wel op deze manier over de heilsgeschiedenis gedacht. De mens heeft dan niets in te brengen; en dat is voor sommigen reden genoeg om het hele geloof als onzin af te doen, en af te schaffen.

Misschien zou dat ook terecht kunnen zijn, want in ieder geval spreekt de Bijbel zo niet over schepping en over menselijke verantwoordelijkheid. De Bijbel roept mensen juist steeds op om het goede te kiezen en het kwade te laten. Roept op om de navolging gestalte te geven en om te luisteren naar de stem van God. Dan moet dat wel kunnen en moet de mens iets van vrije wil hebben. Wordt dat niet juist onderstreept, doordat God zelf, in de gestalte van het Christuskind deel wordt van de schepping? Dat is niet omdat de schepping alleen een decor is? Maar dat is omdat de schepping er toe doet; omdat mensen er toe doen. God komt in Christus als kind in de wereld komt, en maakt zich daarmee zelfs afhankelijk van mensen. Die Hem moeten behoeden voor de slachtpartij van Herodes, die Hem groot moeten brengen, lief mogen hebben. Die naar Hem zullen gaan horen, zullen gaan luisteren. Die Hem zullen gaan volgen, en Zijn leerlingen zullen worden. Maar die Hem ook kunnen verwerpen, en aan het kruis kunnen nagelen. En daarvoor draagt de mensheid toch verantwoordelijkheid? Als we alleen figuranten zouden zijn, dan zou de kruisiging van Jezus ons niet kunnen worden aangerekend? Net zomin, overigens, als alles wat er aan kwaad gebeurd. Als wij geen vrije wil hadden, zouden we dan ergens voor verantwoordelijk kunnen zijn?

Als God met Zijn belofte komt, dan is dat niet omdat de spoorlijn er in rechte lijn naar toe loopt, maar dan is het omdat met de kracht van Gods liefde het heil uiteindelijk zal zegevieren. Dan is het omdat de boodschap van liefde sterker is dan een politiek van uitsluiting, geweld en zelfzucht. Dan is het omdat de komst van het Christuskind in de wereld inderdaad een beslissende wending aan de geschiedenis heeft gegeven. En de centrale notie van liefde niet buiten geliefden om kan gaan, maar altijd tussen geliefden zich afspeelt. En dus ook tussen God en de schepping, tussen Christus en Zijn vrienden. Dan is het niet de vráág of het allemaal wel kan kloppen, dan is het de vraag hoe we het precies onder woorden kunnen brengem.

Bij de Bijbellunch afgelopen week hebben we deze tekst van Jesaja besproken. De vraag of die tekst dan wel eigenlijk kon kloppen, was een vraag die bij de aanwezige protestanten tamelijk vanzelfsprekend opkwam. Maar bij de aanwezige katholieke deelnemer, nauwelijks een rol bleek te spelen. En dat is misschien méér dan een toevalligheid. Protestanten zijn er vanouds nogal op gebrand om de waarheid van de Schrift, de waarheid van het geloof, te bewijzen. Daarom is het van belang dat de profetieën uitkomen, want dat bewijst de waarheid van de Schrift. Daarom wellicht is ook de maagdelijke geboorte van het kerstkind van belang, want het bewijst de wonderbaarlijkheid van Jezus. Maar zou het aan ons zijn om de waarheid van de Schrift of van het geloof te bewijzen? Of zouden we er uit moeten; er uit mogen leven? Waar protestanten met de waarheid kunnen tobben, staat voor katholieken misschien meer het mysterie centraal staan. Dan vraag je niet naar de waarheid, maar naar de betekenis. Waarheid hoef je dan niet aan te tonen, maar mag stem krijgen.

Op die manier krijgen ook de profetieën dan een andere plaats. Het zijn geen toekomstvoorspellingen, maar geven woorden om ervaringen stem te geven. Ze bewijzen niet de belangrijkheid van Jezus, maar geven uitdrukking aan de overrompelende indruk die Jezus maakt en die in termen van de profeten stem krijgt. De profetie krijgt dan geen betekenis voorzover hij alles juist heeft voorspeld, maar omdat mensen in die woorden eigentijdse gebeurtenissen herkenden, en zo woorden vonden om hun ervaringen uit te drukken.

Op die manier staat niet de waarheid op het spel. Maar mogen we God simpelweg ‘op Zijn Woord vertrouwen’? Niet omdat we alles kunnen bewijzen, maar om houvast te krijgen en betekenis te vinden, om woorden te hebben, om ons vertrouwen op Hem stem te geven? Dat is nooit op het verleden gericht, maar altijd op de belofte van de toekomst. Een toekomst die ons ook steeds zal kunnen verrassen. Zo is Jezus in feite ook steeds verrassend geweest. Ja, de woorden van de profeten konden steeds dienen om de ervaringen van Zijn volgelingen in woorden te vatten. Maar het was ook steeds anders. Hij werd Jezus, en toch niet Immanuel genoemd. En Hij kwam weliswaar uit het geslacht van David, maar was geen overwinnende krijgsheld die men in het Oude Testament eigenlijk verwachtte. Zo zal God zich steeds openbaren in de wereld. En mogen we dat begrijpen en verwoorden in termen die ons bekend en vertrouwd zijn. Maar altijd zal het toch weer anders zijn dan we dachten; want God wijst ons wegen die wij niet hadden voorzien. Precies daarom kunnen we ook niet buiten Hem. En zien we altijd verlangend uit naar Zijn komst in de wereld, naar Zijn komst in ons leven.

Amen

21 december 2025
Wouter Slob
Ontmoetingskerk
Jesaja 7: 10-17 Romeinen 1: 1-7