Alle preken

Kerstnachtdienst

Zusters en broeders,

In de kerststal achter mij, in het koor van de kerk, is een schildering van de gebroeders van Lymborch nagebouwd. Zoals u wellicht weet kwamen die niet uit Limburg, maar hier uit Nijmegen, iets verderop in de Burchtstraat richting het Valkhof. Het huis is lang verdwenen, maar de 14e eeuwse kelder is er nog, en te bezoeken (aanrader!). De broertjes hebben er als kinderen misschien verstoppertje gespeeld, vóórdat ze bij de Franse hoogste adel furore maakten als gebedenboekenschilders. De beste kunstenaars van hun tijd. Opmerkelijke tijdeigen details zitten er in hun verluchtingen, interessante en doordachte theologische inzichten, maar ook moesten ze hun middeleeuwse broodheren tevreden stellen, en misschien paaien. En zo werd de hoge adel voor de gelegenheid aan de kerststal toegevoegd. Een hele rits hofdames begeleiden de heilige maagd, als de koningen uit den vreemde zich in het stof werpen. Het Christuskind was van hoogste geboorte, en hoe anders maak je dat duidelijk dan met ritsen hofdames?

Het beeld dat wij van God hebben is altijd gekleurd door de kaders waarin we denken. Het kindje Jezus kennen we vooral als blozende blondhaar en Maria als roomblank maagdekijn met hemelsblauwe robe (dat is een sjieke jurk). De historische werkelijkheid was zeker anders. Jezus was vast niet blond, en Maria niet roomblank. Jozef geen oude man, en in de stal: zeker geen hofdames. God voldoet niet zomaar aan de beelden die van Hem hebben, voldoet niet zomaar aan de verwachtingen die wij van Hem hebben. En verrast ons, daarmee.

De drie koningen, in het verhaal, waren ook verrast. Middeleeuwse hofdames rond de wieg van het kerstkind waren sowieso niet verwacht, maar dat ze een heus koningskind waren gaan zoeken is wel duidelijk. Ze klopten aan bij het paleis van koning Herodes, omdat daar dit bijzondere kind werd verwacht. Maar die stuurde hen door naar Bethlehem; een plaats die in oude profetieën werd genoemd. En zo vonden ze het kind. In doeken gewikkeld, liggende in een kribbe. Niks te: paleis en goud-gerande wieg, een morsige voederbak in een stinkende stal was zijn kraamkamer. Voor bezoekende koningen, vast een hele verrassing. En voor de lezers, die iets groots verwachtten.

Of is het vooral on-verwacht? Dat in Jezus God in de wereld zou komen? Woorden schieten te kort om het te beschrijven. De Bijbelschrijvers gebruiken de verhalen uit het Oude Testament om stem te geven aan hun ervaringen met Jezus. De koningen vertegenwoordigen zo de volken, en hun geschenken van goud, wierrook en mirre zijn citaten uit de psalmen en de profeten. Citaten waarmee de Bijbelschrijvers hun verbijsterende ervaringen met Jezus uitdrukten. Maar steeds weer anders bleek het te zijn dan ze hadden verwacht. God breekt in, in de overtuigingen en in de verwachtingen van mensen. En heeft zo steeds wat te zeggen. Iets te zeggen, wat wij niet al wisten, wat we niet hadden verwacht; misschien niet hadden kunnen bedenken.

Niet altijd zomaar geruststellend, is het: de inbreuk van God kan ontregelen en ondermijnen.

Héél goed had Herodes dat in de gaten. ‘Dat kind, waar de collega’s uit verre landen naar op zoek waren, wat zou dat kind kunnen betekenen? Een koningskind, maar niet in zíjn paleis geboren; zou dat geen gevaarlijke concurrent kunnen worden; kunnen zijn? Voor de zekerheid laat de Bijbelschrijver Herodes alle kindertjes in de zuigelingenleeftijd ombrengen, daar in Bethlehem -die plaats op de westelijke Jordaanoever. Want met een volkerenmoord kun je niet vroeg genoeg beginnen. Machthebbers laten zich niet graag verrassen; laten zich niet graag gezeggen. Machthebbers hebben het gelijk graag aan hun zijde. Of beter: snoeren de tegenstem graag de mond. Machthebbers laten zich graag tevreden stellen, paaien. En ontvangen liever goud, dan dat ze het komen brengen.

De drie koningen zouden Bethlehem, die plaats op de westelijke Jordaanoever, vandaag de dag niet zomaar gemakkelijk kunnen bezoeken. Omgeven door een hoge muur is de toegang versperd door controleposten. Roomblanke toeristen komen er gemakkelijk in. Maar reizigers uit den vreemde, uit het oosten met vermoedelijk dito huidskleur vormen wellicht een te groot risico. En komen de checkpoints niet zomaar door.

Machthebbers houden niet van verrassingen, houden niet van veranderingen. Machthebbers hebben hun eigen ideeën en laten zich niet graag tegenspreken. Machthebbers hebben de waarheid zelf wel in pacht. Een waarheid die ze het liefst zelf houden, en niet willen delen.

Daarom worden er hoge muren gebouwd, en zijn er checkpoints. Om bezit te claimen en af te grenzen.

In het Heilige Land, waar zoveel religies wortelen en samen komen, is het bezit van het Heilige een dominante obsessie. Bezit of betwisting vormen, in feite, de ruggengraat van het land, en is de bron van al het geweld. De hoge muren en de checkpoints zijn er voorbeelden van, maar in het hart van het kerstverhaal, de geboortekerk in Bethlehem, is het niet anders. Verschillende christelijke tradities bezitten en beheersen allemaal delen van de kerk, en o wee, als één van de clubs zich op het terrein van een ander waagt. Dan gaan de vrome monniken elkaar te lijf met alles wat er maar binnen handbereik is. Het feest van de vrede is geregeld op heftige vechtpartijen uitgelopen. Want we bezitten graag, en delen is moeilijk. Want dan voelen we ons bedreigd, en dan kun je niet voorzichtig genoeg zijn. Wordt het je anders niet ontstolen?

Een grote verrassing is de komst van God in de wereld. Dit Christuskind voldoet niet aan onze verwachtingen, laat zich niet beheersen of bezitten, maar gééft zich. Geeft zich over aan de zorg van mensen. Anders is dat, dan wat wij van goden verwachten. Want misschien geen hofdames verwachten wij, maar toch wel Almacht, wonderbaarlijkheid, vorstelijkheid. Zouden wíj God in een morsige voerbak in een stinkende stal verwachten?

Verrassend is de komst van God in de wereld. Want Hij komt niet als overwinnende held, maar in alle kwetsbaarheid. Kwetsbaarheid die zich over geeft en blootstelt aan de zorg van de wereld, de koestering, de aandacht, de bescherming van mensen. God loopt een risico. Het risico dat de Herodessen van de wereld, met hun grote monden en kleine ego’s de kwetsbaarheid zullen overweldigen. Dat ze alles wat dreigend zou kunnen worden uit voorzorg alvast maar uitmoorden, want daar kun je niet voorzichtig genoeg mee zijn. Dat ze de tegenspraak in de kiem zullen smoren, omdat ze graag gelijk hebben; nou ja krijgen, nou ja, afdwingen.

Zo zijn de wegen van de wereld. Bezit, macht, uitsluiting en afscherming is de ruggengraat van wie niet wil delen. En altijd zal dat tot geweld leiden, fysiek, geestelijk, maatschappelijk. Altijd moet een ander dan worden gekleineerd, om zelf beter, hoger, sneller te kunnen zijn. En altijd leidt het tot eenzaamheid, omdat zelfs het kwetsbaarste een ondermijning van deze macht kan zijn, en niet vertrouwd; desnoods vernietigd moet worden.

Die strijd gaat God niet aan; Zijn almacht is geen overmacht, eerder ont-macht. Hij haalt de angel eruit door de eigenmachtige eenzaamheid: liefde voor te houden. Ondermijnend, inderdaad, voor de overweldiger, want liefde geeft zich over, en kan het onderspit delven. Zál met Pasen het onderspit delven. Maar liefde is niet overwonnen, als het niet in haat verglijdt. In concrete dreiging, met misschien hoge muren en checkpoints, is het niet gemakkelijk je deze boodschap te laten gezeggen. Dat haat en geweld nooit met tegengeweld wordt overwonnen, alleen met liefde kan worden verdreven. Denken ook wij niet snel in de kaders die ons zijn vertrouwd? Dat geweld om tegengeweld roept, genoegdoening wellicht of wraak? Maar waar haat voet aan de grond krijgt, krijgt kwaad grip. Liefde weerstaat het, in radicale overgave. Waar in die geboortekerk om het bezit van kerst wordt getwist, wil een oude christelijke boerenfamilie iets verderop van de liefde leven. ‘We refuse to be enemies’ is het motto van hun boerderij. Waar haat een dominante obsessie is, is dit het begin van kerst. Dáár wordt het licht van de vrede geboren: wij weigeren vijanden te zijn. Laten we dat koesteren, verzorgen en beschermen.

Amen

25 december 2025
Wouter Slob
Stevenskerk
Mattheüs 2 1-12 Lukas 2: 1-18