Alle preken

Oudjaar 2025

"Ik heb geleerd om in alle omstandigheden tevreden te zijn"

Zusters en broeders,

Paulus schrijft vanuit de gevangenis. Dat zou in Rome kunnen zijn, zeker heeft hij daar gevangen gezeten. Volgens de brief staat Paulus kennelijk in nauw contact met dienaren van de keizer, en die waren er natuurlijk volop in de hoofdstad. Maar ook in de rest van het Romeinse Rijk waren er vertegenwoordigers van dit hoogste gezag. Geleerden vinden het waarschijnlijker dat hij onderweg op zijn zendingsreizen in Efeze in de problemen was gekomen en daar gevangen was genomen. En voor zijn leven moest vrezen, zoals hij aan het begin van deze korte brief schrijft.

Het is een brief met dank. De gemeente in Filippi had een warme band met Paulus, en had hem altijd ondersteund. Ook met giften en geld. En dat terwijl de gelovigen in Filippi niet per se bekend stonden om hun rijkdom. Filippi was de eerste stad in Europa die Paulus op zijn reizen aan zou doen; tot dan had hij steeds in het Midden-Oosten en in Klein-Azie rondgereisd. In een riviertje buiten de stad zou de purperverkoopster Lydia de eerste Europese worden die gedoopt werd. Paulus had in Filippi ook een toekomstvoorspellende geest uitgedreven, bij een slavin die veel geld voor haar meesters opleverde. Maar zonder geest, geen wichelarij, en haar uitbaters waren woedend dat hun bron van inkomsten was weggevallen. Ze zetten de bevolking op tegen Paulus en zijn metgezel Silas. Ook in Filippi waren ze zo gevangengezet. Een nachtelijke aardbeving had de deuren echter doen openspringen, waarna de bewaker voor zijn leven vreesde omdat de gevangenen wel zouden zijn ontsnapt. Maar Paulus en Silas hadden van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt, en zo het leven van de bewaker gered. De bewaker zou zich met zijn hele gezin bekeren, en Paulus en Silas zouden de dag erna op vrije voeten worden gesteld en verder reizen. Betrekkelijk kort waren ze maar in Filippi geweest, maar de stad zou steeds hecht met hem verbonden blijven; misschien speciaal met die bewaker, die zijn dankbaarheid wilde tonen.

Als rondreizende apostel is Paulus, op zijn beurt, steeds dankbaar voor de gastvrijheid die hem wordt verleend. En ook, zo blijkt uit de brief aan de Filippenzen voor de giften die hij krijgt. Hij is er niet op uit; op giften. Het verspreiden van het evangelie is geen verdienmodel; als tentenmaker probeert hij zelf in zijn levensonderhoud te voorzien. En daarmee onderscheidt hij zich van de uitbuitende toekomstvoorspellers in Filippi die met hocuspocus mensen geld uit de zak klopten. Daarmee onderscheid hij zich óók van rondreizende predikers die Paulus ‘schijnapostelen’ noemt, en die kennelijk in Korinthe (11:12f) pochten op hun inkomsten. Hij onderscheidt zich daarmee óók van de zogeheten ‘welvaartsevangelisten’ die in onze eigen tijd opmerkelijk succesvol kunnen zijn. Het zijn de hofpredikers van het huidige Witte Huis, en ze delen hun belangstelling voor prots en praal. En dat kunnen ze mooi met een religieus sausje overgieten: ‘Klopt en de deur zal worden opengedaan, vraagt en u zal geleverd worden’. En dan moet je Gods goedgevigheid ook niet onderschatten! Dan moet je geen Toyota vragen, maar tenminste een Mercedes Benz. God zal ons toch méérvoudig terugbetalen wat je aan Hem schenkt? (Zeven maal zeventig maal, wordt er gezegd!). Dan moet je natuurlijk wel investeren. Want als jij niet geven wilt, kan God toch niet terug-betalen?! Offeren! Dus. Maar. Letterlijk met vuilniszakken vol worden de collectes opgehaald en worden de zakken van de welvaartspredikers zelf gespekt. En dat is precies een bewijs van hun gelijk. Want zie eens hoe gezegend zíj wel niet zijn! Openlijk op YouTube filmpjes, pochen ze onderling wie de grootste private jet heeft. Succes is een zegen van God, en als jou het niet ten deel valt dan zul je wel te weinig hebben gebeden, of te weinig hebben ge-doneerd…

Bij Paulus is het zo dus niet. Hij klopt mensen geen geld uit de zak, maar als men hem wil ondersteunen, dan zal hij wel zijn dankbaarheid tonen. Want zo heeft Paulus leren leven: uit dankbaarheid. Ooit was hij als Farizeeër een scherpslijper: de wet moest strak worden nagevolgd, want anders zou je het oordeel over je afroepen. Maar in Christus realiseert hij zich dat het oordeel niet over je wordt afgeroepen, omdat het in Christus al is volbracht, en Zijn liefde ons vrij heeft gemaakt. Paulus zal van vervolger van het Christendom tot haar grootste pleitbezorger worden en de kern is dat het heil geen verdienste is, maar genade. En dat je daarom mag leven uit dankbaarheid. En wie uit dankbaarheid kan leven, heeft altijd genoeg. Daarvan getuigt Paulus: in alle omstandigheden kan hij tevreden zijn. Hij heeft naar eigen zeggen van alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en gebrek. En kan alles verdragen, en is ‘tegen alles bestand’ omdat God hem de kracht geeft. En hij dankbaar kan zijn.

Dankbaarheid is een deugd die in onze tijd onder druk staat. Wij worden massaal en permanent tot on-dankbaarheid aangezet. Ondankbaar omdat we nooit genoeg zouden hebben, ondankbaar omdat iets ons onthouden zou zijn, ondankbaar omdat we ons recht niet krijgen, ondankbaar omdat anderen ergens beter in zijn: oneerlijk. Ondankbaarheid wordt ons aangepraat, omdat we in ondankbaarheid: ontevreden zijn. En als we ontevreden zijn, dan ervaren we: tekort. En als we tekort ervaren, dan moet dat worden opgelost! En wel liefst meteen, en instant. En van de plank. In het boodschappenmandje!

De permanente ontevredenheid is het verdienmodel van onze meesters geworden. Het hing al een tijd in de lucht, maar het afgelopen jaar is het in alle openheid zichtbaar geworden. Eigenaren van grote bedrijven trekken aan de touwtjes. Het wordt ‘transactioneel’ genoemd, wat het dure woord voor afpersing is. Het zijn geen diplomaten, maar zakenlui die over vredesdeals onderhandelen, waarbij het woord ‘deal’ ongemerkt in korte tijd het woord ‘verdrag’ heeft vervangen. Niet de vrede van het kerstkind komen ze brengen, maar rommel die alleen bij de aanschaf bevrediging biedt, want door ingebouwde slijtage is de handel binnen de kortste keren waardeloos geworden. Zodat we opnieuw moeten gaan kopen. De kinderen van de nevendienst hebben er afgelopen week een kerstspel over gespeeld.

Ooit waren het koningen en keizers die over ons heersten. Toen kreeg de democratie voet aan de grond en was de macht aan het volk. We leven wellicht in de nadagen van dit systeem, want nu zijn het magnaten die aan de macht zijn, voor wie wij, het volk, geen onderdanen zijn, ook geen kiezers, maar voor wie wij in de eerste plaats kopers moeten zijn. En het succes bewijst hun gelijk! Hoe meer goud, hoe beter zij het doen toch? Principes of overtuigingen doen er niet toe. Integriteit of verantwoordelijkheid speelt geen rol. Waarheid is geen issue, dus tegenspraak ook niet. Alleen belangen tellen. En afgunst en bewondering. Want het klatergoud is alleen van waarde als je erop kunt pochen, en als mensen er ontzag voor hebben.

Niet alleen Paulus schreef uit de gevangenis; ook Dietrich Bonhoeffer. Zoals we zullen weten schreef hij een aangrijpend gedicht aan zijn geliefden bij het ingaan van 1945 toen hij in de dodencel van de Nazi’s zat. Dodencellen zijn er nog niet, in onze tijd, maar het fascisme krijgt volop weer voet aan de grond. Leugens, bedrog, haat, minachting, rechteloosheid, afpersing, dwang, toe-eigening het is aan de orde van de dag en gaat hand in hand met de schaamteloze corruptie en zelfverrijking van de meesters van deze wereld.

Voor alles is een tijd, schrijft de prediker. Aan ons is het niet om de tijd van begin tot einde te overzien. Aan ons is wel om ons af te vragen hoe we ons moeten opstellen, om welke keuzes wij moeten maken. Waar wij ons voor inzetten, wat ons drijft. Is dat de hebzucht die het van pochen en bewondering moet hebben? Of is dat de dankbaarheid, die altijd genoeg heeft, en tevreden kan zijn, omdat het ons is vergund.

Geluk is misschien wel de drijvendste kracht achter de geschiedenis. Wil niet iedereen dat: gelukkig zijn? Moeilijk en ver weg, duur en zeldzaam zou het zijn? Zo houdt de marketing het ons voor: niet om het te krijgen, maar om het ons als worst voor te houden. Geluk is niet moeilijk of ver weg. Geluk ligt in dankbaarheid. Want als je altijd genoeg hebt, dan ben je toch altijd tevreden?

Dat is wat het evangelie ons voorhoudt: niet de oneindige jacht op steeds maar meer. Maar tevredenheid, omdat God ons de vrede geeft. Omdat het leven een geschenk is. Dat we in dankbaarheid mogen omarmen.

Halleluja, amen.

31 december 2025
Wouter Slob
Ontmoetingskerk
Prediker 3: 1-8 Filippenzen 4: 10-23